Aandacht heelt?

Dit artikel verscheen in NWP Nieuws van mei 2004.

Een van de grote pluspunten van de complementaire zorg die vaak genoemd worden is de aandacht die gegeven wordt. In dit stukje wil ik aandacht eens nader bekijken.

Wat doet aandacht?

Waar zitten we met onze aandacht?

Waarschijnlijk heb je allang gemerkt dat alles wat je aandacht geeft meer wordt. Meer in je leven aanwezig is. Gaat er iets stuk en je bent er nogal mee bezig hoe vervelend dat is, dan gaan er ineens andere dingen ook stuk. Totdat je je weer op andere zaken richt.

Onze aandacht is vaak niet zo gericht, we waaien mee met wat er langs komt. Kauwen daar soms een tijdje op tot het volgende langs komt.

Is je aandacht zo bepalend, en als dat zo is wat kun je er dan mee?

Verschillen in aandacht

Een moeder ziet haar kleine kind vallen op zijn knie en legt haar hand er op. De aandacht van haar hand op dat knietje is al genoeg om wonderen te doen. Ineens is het over.

Een kind dat alleen aandacht krijgt als het vervelend is zal dat gedrag meer gaan vertonen.

Gerichte aandacht wordt je focus

We zijn er steeds meer achter dat alles energie is, Einstein zei het al. In de fysica blijkt dat de waarnemer het waargenomene beïnvloedt. Waar je je aandacht op richt komt makkelijker naar je toe. Ga je postzegels sparen dan zie je overal mensen om je heen die ook postzegels sparen. Heb je een nieuwe auto dan zie je die ineens overal op straat. Ben je zwanger dan lijkt de hele wereld wel zwanger.

Waar je je focus op richt blijkt dus meer in je aandacht te komen.

Als we kijken naar de westerse geneeskunde dan ligt de focus vooral op ziekte. We hebben ziekenhuizen, ziekenzorg en soms komen we toe aan een deeltje preventieve gezondheidszorg.

De focus ligt op ziektes en er komen er steeds meer. De gezondheidszorg slokt steeds meer op van het nationaal budget.

In mijn opleiding, eerst regulier later complementair, heb ik heel wat ziektebeelden moeten leren. Leren inschatten hoe ziek iemand is. Leren wanneer ik me zorgen moest maken om de gezondheid van de ander en van daaruit kijken of er verbetering mogelijk was.

Als therapeut zijn we ook geneigd om te denken in klachten en ziektes. Patiënten komen natuurlijk ook met de nadruk op hun klacht. Toch willen ze uiteindelijk gezondheid. Zelf zijn ze zo gefocust op hun ziek-zijn dat ze vaak iemand anders nodig hebben om de focus te verleggen.

Ze willen in de eerste plaats weer vertrouwen krijgen in hun (gedeeltelijke) genezing.

Zodat dat weer hun focus kan zijn.

Er zijn een aantal natuurwetten, een ervan de zwaartekracht, een andere is waar je je aandacht op richt zie je meer in je leven gebeuren. Stel je hebt griep en je richt je vooral op de klachten, wat overigens erg gemakkelijk gaat op zo'n moment. Je kreunt en steunt dat je zo moe en misselijk bent. Je bent geïrriteerd dat je nu in bed ligt en even niets kan. Je blijft je richten op hoe vervelend het is, terwijl je weer beter wilt zijn. Door je te blijven richten op wat je niet wilt, namelijk al die klachten, houd je ze langer in stand.

Als je steeds bij jezelf herhaalt: "O wat ben ik toch moe" ben je erg gefocust op moe zijn . Als het maar even de kop op steekt zit je er bovenop. Zie je wel, weer die moeheid.

Deze natuurwet "waar je je op je focust zie je steeds meer gebeuren" gaat niet alleen op bij ziektes. Let er eens op en je ziet het steeds vaker.

Gelukkig hebben we geleerd hoe we bepaalde klachten kunnen behandelen en hebben we vaak genoeg gezien dat het werkt. Het grote voordeel hiervan is dat we vertrouwen hebben in het herstellen van de gezondheid. Dat is misschien wel het belangrijkste wat we de patiënt kunnen mee geven. Die voelt ons vertrouwen. Het vertrouwen wat hij of zij zelf miste en dan bij ons weer terug vindt, geheel of gedeeltelijk. Je therapie kan je daar een belangrijke steun in geven. Je weet dat dat werkt, dus sta je sterk. Een focus op gezondheid.

Hoe meer je je richt op wat wel werkt hoe meer je dat ook zult zien.

Al weer enige tijd geleden schreef Dr. Paul Roud artsen in Noord Amerika een brief met de volgende vraag: "Heeft u weleens patiënten gehad die op een niet te verklaren manier genazen?" In totaal reageerden elf artsen, allen met een specifiek verhaal over mensen die zo ziek waren dat de focus normaal gesproken op het einde zo zijn.

Allen hadden ze iemand, soms de arts, de pastoor, God, een kind, die hun het vertrouwen gaf om te focussen op gezondheid. Door dat vaste geloof, zeiden ze zelf, hadden ze hun gezondheid terug, hoe ziek ze ook soms waren.

Als dat zo sterk werkt kunnen we er in ieder geval gebruik van maken. Geen valse hoop of garanties, maar een instelling van focus op gezondheid. Een focus die ligt op gezondheid doet je open staan voor oplossingen waar je misschien nog niet aan gedacht hebt. Je leest dan net iets wat je kunt gebruiken of gaat naar het juiste seminar waar je antwoord krijgt op je vraag. En je pikt het ook op. Als je blijft focussen op alleen het probleem sta je minder open voor de juiste oplossing.

Het is zaak eerst je focus tot rust te brengen. Dat doe je eigenlijk al als je een cliënt mogelijke wegen naar, soms gedeeltelijke, genezing aanbiedt. Je verlegt de focus. Er zijn perspectieven.

Hierbij is het niet nodig te garanderen dat een klacht over gaat, het gaat om mogelijkheden aanbieden waar je zelf achter staat.

Door jezelf te richten, te focussen, op mogelijkheden zullen ze ook eerder je pad kruisen.

Aandacht ombuigen

Als patiënten hun klacht, hun probleem vertellen willen ze dat soms heel uitvoerig doen. Ze willen dat iemand luistert. Wat ze eigenlijk willen is dat iemand aandacht heeft voor hen als persoon. Alleen weten ze niet hoe ze dat moeten vragen en doen ze dat onbewust door het probleem. De kans bestaat dat ze het keer op keer uitgebreid over een probleem willen hebben. Hulpverleners zitten dan nogal eens met kromme tenen. Willen het verhaal niet echt horen, maar uit beleefdheid luisteren ze toch, of ze breken het af. In beide gevallen verzetten ze zich tegen het verhaal. De patiënt voelt dat hij niet echt gehoord wordt en blijft uitgebreid vertellen om toch gehoord te worden.

Als je mee lijdt met het verhaal voed je het ook. De patiënt ziet dat hij op deze manier aandacht krijgt en blijft het herhalen.

Hij of zij wil uiteindelijk aandacht voor zichzelf als persoon. Door dat direct te geven houdt de behoefte op om uit te weiden over de klacht. Dan kan de klacht kort verteld worden.

Een andere focus is:

Je hebt je aandacht op de persoon, het verhaal hoor je ook, maar de focus ligt op de mens er achter. Zonder oordeel, zonder direct oplossingen te zoeken. Puur alleen aandacht.

Het grappige is dat het verhaal dan heel snel ophoudt; de onderliggende wens, namelijk aandacht, is vervuld. Dat maakt meer ruimte vrij voor verdere gerichte ondersteuning.

Het gaat in de eerste plaats om het genezen van je leven, meestal volgt gezondheid.

In een vervolgconsult zijn mensen soms geneigd om vooral te zeggen wat er nog niet goed gaat.

Kijk wat jij dan doet met je focus, ga je mee in de klachten of richt je je op wat er wel goed gaat? En daarna pas op wat er verder gedaan moet worden.

Regelmatig vraag ik: "Wat gaat er goed?" Dat verlegt de focus. Vaak realiseren ze zich dan meer facetten die beter gingen, dat de nog bestaande klachten niet altijd zo heftig waren.

Dat maakt eventuele verdere behandeling makkelijker.

De energie volgt namelijk de aandacht, waar je je op richt zie je meer van.

Meer hierover in een volgend stukje.

Marja van Oosterom

 

Terug naar het publicaties overzicht . . .